Zijn de schilderijen van Angelika Hasse illustraties bij een fantasiewereld, 
of zijn ze haar visie op de werkelijkheid?

Het valt tijdens het bekijken van haar werk al meteen op dat de formaten eerder klein dan groot zijn. 
Schilderijen van 20 x 20 cm, die uit 2006 bijvoorbeeld, zijn geen uitzondering en erg veel groter worden ze niet. 
Deze bescheiden formaten zijn opvallend, omdat er toch zoveel op gebeurd. Intense handelingen, zeer sober verbeeld. 
Je wordt gedwongen ze van dichtbij te bekijken en wordt zo het beeld ingezogen. Het is of je moet meedoen aan de gebeurtenis; er is geen ontkomen aan, en zoiets is toch totaal anders als het bekijken van werken van hetzelfde formaat in een boek. Op hetzelfde moment worden we ook op afstand gehouden.
De afgebeelde personen zijn vaak van bovenaf geschilderd, alsof we vanuit een helikopter met een zekere distantie bekijken wat er beneden gebeurt. Door deze gedwongen afstand, die je verder eigenlijk alleen in films tegenkomt, wordt een dramatisch effect bereikt. De kijker wordt als het ware naar het beeld getrokken, tot een moment dat je niet verder kunt, niet meer kunt bevatten. Maar de oplossing heb je dan nog niet; je moet er boven blijven zweven.
Het duidelijkst is dat in PLAYGROUND uit 2010. Drie kinderen staan op wat een betonnen vlakte lijkt. Er moet een felle zon schijnen, want de figuren werpen zware schaduwen op de grond. Een kind speelt met een hoepel, twee kinderen lijken te staren. Waarnaar? Het speelterrein wordt door strakke witte lijnen in drie vlakken verdeeld. Het jongetje dat in het grootste vlak staat wordt door het meisje aangekeken, alsof hij dadelijk iets belangrijks gaat doen, iets stoers. Het zijn poppetjes, poppetjes van hout of plastic. Ze doen dan denken aan speelgoedfiguurtjes, die, zoals we weten, nooit bang zijn, en altijd ridderlijk en sterk. Ze zijn als instrumenten in onze handen om verre reizen mee te maken en meeslepende avonturen.
We kunnen er ongestraft mee doen wat we willen. Wij zijn de "spelers".

Een egale ondergrond zoals in PLAYGROUND komen we vaker tegen, vooral in de werken uit 2010. Als een abstract vlak geschilderd, maar het is wel degelijk een realistische weergave van beton, sneeuw of zand. Samen met de perspectivische vertekeningen die een afstand scheppen en de slagschaduwen, ontstaat zo een erg vervreemdende sfeer, bijna metafysisch. De figuren en hun houding ten opzichte van elkaar lijken een grote eenzaamheid uit te drukken, een "alleen zijn". In een paar andere schilderijen uit 2010 zien we twee mensen, een paar, bij een aantal rotsen. De stilte van deze werken is overweldigend. De rotsen zijn dreigend en ze lijken ook met ontzag te worden bekeken. Ook hier heeft de achtergrond, zand ditmaal, een werking waardoor het paar geïsoleerd wordt en de confrontatie met de rots wel moet aangaan. Ze worden er door de "speler" vlakbij gezet en moeten het nu maar uitzoeken. De relatie tot elkaar is, evenals bij de kinderen, onduidelijk. Deze dramatisering doet ook denken aan de schilderijen van Caspar David Friedrich.
De eenzaamheid van een individu alleen op een top in het gebergte. Of de oorverdovende stilte van een scheepswrak tussen ijsschotsen. Die telkens terugkerende stilte in de werken van Angelika Hasse zou veroorzaakt kunnen worden door die figuren van plastic of hout, die bevroren lijken te zijn in een moment dat niet terugkomt en waarvan het volgende ogenblik totaal onbekend is. Ze hebben hier niets te zeggen. Ze worden gezegd.

Bij alle schilderijen, ook de meest recente, valt het licht op. De zon schijnt, er is altijd een schaduw. Dit licht, wat in de traditie van een Hollandse schilderkunst hoort, is altijd zilverachtig, koel, nooit het warm-gouden Vlaamse licht. Blauw lijkt te overheersen, rood ontbreekt bijna.
Het is, misschien onbedoeld, het licht van haar woonplaats in het westen van Nederland, waar de zon door de zee weerkaatst, via de altijd aanwezige wolken een zilver-grijs licht over de gebeurtenissen werpt. De manier van schilderen past hierbij, sober zonder franje. Ze schildert dat wat nodig is om haar verhaal te vertellen. En soms worden er ook echt verhalen verteld. Het meisje dat voor een hok op haar hurken zit en een hond zo groot als een wolf gaat aaien. Op een ander moment tuurt ze met toegeknepen ogen in de verte, vergezeld van dezelfde hond.
Het lijken geschilderde foto's uit een familie album, registraties van momenten, zonder commentaar. Anders is het met de Panda-familie, waarvan er een zelfs aantekeningen maakt in een schrift.
Was dit een droom of een herinnering aan een eens gelezen sprookje? Hier wordt het duidelijk aan onze eigen fantasie overgelaten om een verhaal te bedenken. De man die een jakhals op zijn schouders en hoofd draagt, een ander die een gillende baviaan in haar armen heeft. Wat moeten we daarmee? Bij elkaar, naast elkaar aan de wand, zijn het bizarre voorstellingen, een goed en spannend geschilderd prentenboek. 
Hier voltrekt zich de splitsing in de verschillende soorten werk; hier is het de fantasiewereld die de overhand krijgt, een gedroomde wereld, misschien gewenst. Dit in tegenstelling tot de uiterst koele registratie in de egale vlakken. De kracht van al de werken is de uitdaging aan de kijker om het verhaal af te maken. Er wordt al veel gesuggereerd, nu de afloop nog.

Er is een prachtig klein schilderijtje van 20 x 20 cm uit 2006. Een racebaan waarop rare voertuigen met elkaar om het hardst rijden. Het lijken UFO's, het zijn duidelijk geen vliegtuigen of raceauto's, laat staan zeepkisten; vermoedelijk zijn het experimentele, zeer brandstofzuinige modellen. Ze zijn eenvoudig, bijna kinderlijk geschilderd en lijken over de racebaan te fladderen. Daardoor krijgen de driehoekige en vierkante vormen iets abstracts. Maar juist dit werk laat zien waar de fantasie van Angelika Hasse toe in staat is. De grijze betonnen vlakte is er al, evenals de harde schaduwen. De ingrediënten zijn er, het verhaal kan zich ontwikkelen, de spanning wordt opgebouwd.

Angelika Hasse maakt schilderijen die vertellen over dromen in kleur. Schilderijen die verbazen.

Hans Könings
Berlin 2011